Goudkoorts2

Goudkoorts

 

Rit 16    Vasion-la-Romaine – Gap

 

Ik geloof in bergen verzetten

Ik geloof altijd mijn vrienden

Ik geloof in uitgestrekte velden

Mijn eerste vriendje was een veldrijder

Mijn vriend-veldrijder geloofde

in de traditionele recepten

van de wielersport

“Jij moet duivensoep eten!”

“Daar sterk je van aan!”

We zetten samen een val op

Ik lag drie dagen in een hinderlaag

begroeid met maïs, gerst en lijnzaad

Ik geloof in het drievoudige:

geduld, hinderlagen, overtuiging

Opwinding werd mijn deel

de derde dag, de derde dag

Nooit rende ik zo uitbundig snel

 

met het vetgemeste –

duif in kinderhand

Vader moest de vogel ontdoen

van pluimen, bloed en snot

Moeder zou er soep van koken

vette ogen afschuimen

Ik struikelde in mijn roes

naar eerste overwinning

van een kale, koude trap

Mijn knieschijf moest genaaid

Ik werd inderdaad veel sterker

van mijn eerste wonde

Ken nog altijd de smaak van etter

niet die van exquise duivensoep

(cuccurrucucu Paloma)

 

Ik geloof nog altijd in vriendschap

(“Om het eerst die berg op, Alberto?)

Ik geloof in de versterving

Mijn littekens heb ik een naam gegeven:

Kraaienpoot

Handtekening van de Adelaar

Halsband van het Blauwgeschelpte

Ik geloof in drie kruistekens voor het verorberen

van een col.

 

 

 

Dit bericht is geplaatst in blog. Bookmark de permalink.

Reacties zijn gesloten.